Everyone a place

Tolerantie

“Weet je, ” zegt de buurman ter afscheid, “ik zag mensen in die groep die ik overdag heel anders meemaak. Dan zijn ze vriendelijk en open, en helemaal niet zo agressief als vanavond. Zo’n optocht is niet het probleem. Het gevaar zit ‘m in die ene ambitieuze politicus die deze massa gebruikt voor zijn eigen gewin. Die loze kreten gebruikt om er beter van te worden, door sympathie te wekken en beloftes te doen die niet realistisch zijn. ”

People walking

Onder mensen

Je weet nog wat we altijd tegen elkaar zeiden: hoe mensen ergens over denken, wat ze daarover tegen anderen zeggen, en wat ze uiteindelijk doen, zijn vaak drie heel verschillende dingen. Je mag ze hypocriet noemen, of leugenaars, maar uiteindelijk gaat het alleen om wat ze doen, hoe ze dingen omzetten en hoe ze ons behandelen. Al het andere telt niet echt mee, ook al voel je je aangesproken, of oneerlijk behandeld.

Monastry

Het verhaal van de Abdij

John en Edith kijken verbaasd naar de ruïnes die het uitgestrekte terrein bedekken. Ze kenden natuurlijk wel huizen van steen, maar die waren meestal èèn verdieping hoog. Bij uitzondering was er een toren van 3 verdiepingen, met daarop dan nog een houten opbouw. De gebouwen waar ze nu naar kijken moeten vroeger gigantisch geweest zijn! Overal steile muren, hoge ramen, grote deuren, dikke steunberen om de wanden te steunen… Zoiets imposants hebben ze nog nooit gezien!

The good life

De kluizenaar

Edith staat met een hand in haar zijde geamuseerd naar de fluitspeler te kijken. Hij heeft iets rustigs, maar oogt toch ook levenslustig. Zijn ogen glinsteren geïnteresseerd, en Edith kan geen emotie of waardeoordeel eruit aflezen. Het gaat hem blijkbaar goed. De lappen stof en leder die om hem heen hangen slagen er nauwelijks in zijn omvangrijke gestalte te verbergen, iets waar hij zich blijkbaar absoluut geen zorgen over maakt. Toch is hier geen rijkdom te bespeuren. Het lijkt eerder alsof alle wereldse waarden hier niet bestaan.

Vuur!

Gevaar!

Dan merkt Edith in de verte wat beweging op, en slaakt bijna een kreet van schrik. Verderop eindigt het bos in een lichte plek, en achter de silhouetten van donkere stammen ziet ze gestalten lopen, rennen, en voelt ze meer dan dat ze het hoort dat daarginds gevochten wordt. Iemand vlucht de weg op, in hun richting, valt dan voorover en blijft liggen. Nu ruiken ze ook rook, en zien ze hier en daar vlammen oplaaien. Het is blijkbaar niet alleen hout wat daarginds brandt.