Een kinderreis

0h, lief konijn
op’t raamkozijn,
waarom ben jij
niet hier in’t bed?

Mijn mammie boos,
mijn pappie boos,
alleen omdat mijn autoped
door ’t grote keukenraam
naar binnen is gegaan….

Ik had nog wel
zo ver gereisd,
van de straat
tot hier beneden.
En toen ik dan
parkeren wou
is-t-ie uit m’n hand gegleden.

Hè kom, konijn,
van’t raamkozijn,
en kom bij mij in bed.
Het is hier knus
en warm en fijn,
en beter dan beneden.

lk was nog wel
vanaf de deur
tot aan de poort gereden.
En toen ik terugkwam,
kon ik ’t help’-
is-t-ie uit m’n hand gegleden.

Komt mammie aan
en pappie aan,
en krijg ik daar een jens….
‘k Had niks gedaan,
liet me niet slaan,
en kreeg toen nog een jens.

Hè toe, konijn,
waar blijf je nou,
moet ik naar jou toe komen?
Ach, gek konijn,
’t is veel te koud,
ik ga alleen wel dromen.

En mammie stout,
en pappie stout…

lk hoor ze boven komen!
Ach jee, konijn,
wat moet ik nou,
misschien moet ik wel weg!
Maar dan neem ik m’n autoped
en gaan we samen reizen…

……
De deur gaat open.

(Voor Maurits' geboortedag)